Schaakclinic Voortgezet Onderwijs

Schaakclinic Voortgezet OnderwijsVandaag verzorgde ik een gastles bij de Huizermaat, aan een klas die ook schaken in het curriculum heeft. Veertien enthousiaste leerlingen deden aan deze Voortgezet Onderwijs clinic “Beslissingen nemen” mee.

Iedereen kon al schaken – en noteren, wel handig voor deze les – en er zaten ook twee clubschakers bij. Het thema dat ik had uitgekozen was beslissingen nemen. Waar moet je naar kijken als een bepaalde beslissing neemt bij schaken? Natuurlijk zijn er veel factoren, maar ik had koningsveiligheid en rekening houden met zetten van je tegenstander uitgekozen; telkens met stellingen waar al 2 of 3 suggesties gegeven waren.

voorbeeld1

Wit aan zet
Speel je A) 0-0
B) 0-0-0
C) Lxe6

Bij het eerste voorbeeld, dat ik op het scherm toonde, kozen 4 duo’s voor de lange rokade, en 3 voor Lxe6. Eerst vroeg ik waarom niemand korte rokade had gekozen. Iedereen was het ermee eens dat dat te gevaarlijk is als je pionnen verzwakt zijn. Een uitstekend oordeel!

Daarna bekeken we de lange rokade. Het oordeel was dat daar niets mis mee is en de witte koning veilig staat, terwijl de zwarte in gevaar is (zie diagram).

voorbeeld1 na 0-0-0

Uitwerking: na 0-0-0 staat de witte koning veilig en de zwarte is erg open.


Maar is het niet slim om eerst een pion te pakken met C) 1.Lxe6? Na enig denken kwam iemand met de weerlegging: 1…Pe5

voorbeeld1 na Lxe6

Na Pe5 dreigt zowel damewinst met Pxf3, als loperverlies met Lxe6.

We keken nog naar wat varianten met 2.Lg4 wat natuurlijk beide dreigingen verdedigt, en 2…Lxg4 was snel gevonden. Dan staat zwart een loper voor; met een hopeloze stelling. Bij deze variant kwam de klas goed los en begon iedereen mee te denken en suggesties te doen.


Rokeer je hier kort of lang?

Ik dacht dat de tweede stelling geen moeilijkheden zou opleveren. Maar een aantal deelnemers koos – zonder eigenlijk na te denken – direct voor kort rokeren. Ai… dus toch wel zinnig om rustig te analyseren. Hoeveel zwarte stukken kijken er naar de koningsstelling? En naar de damevleugel?


voorbeeld 2 kort of lang rokeren

Speel je Txb7, Kc6 of Ke5?

Het laatste voorbeeld is een bedoeld om te laten zien wat vooruitdenken betekent. Op zich hoef je niet heel diep vooruit te kijken. Toch kozen veel leerlingen Txb7 (immers: een ongedekt paard!), zonder te kijken naar de zet van de tegenstander daarna (de röntgen Lf3+). Kc6 werd wel gelijk afgewezen (Pd8+). Blijft over Ke5 met een stelling die nog alle kanten op kan. Overigens is Tf8 nog wat beter, maar daar ging het even niet om.

stelling 9

stelling 10

stelling 11

stelling 12

stelling 13

stelling 14


Na deze inleiding, die ongeveer 25 minuten duurde, kwamen de borden erbij. Elk duo kreeg een kaartje met een opgave (zie hierboven), de stellingen werden opgezet en ze voerden overleg over de beste zet. Na zo’n vijf minuten werd de keuze genoteerd en schoof elk duo een plekje op. Leerlingen die al sneller klaar waren gingen meedenken met de andere duo’s en zo werd er op een uitstekende manier gewerkt (nagedacht en overlegd). En dat is toch de kern van schaken: weloverwogen keuzes maken!

Vooral stelling 9, (de eerste in het rijtje bovenaan) geeft een mooi idee weer. Ga je voor de zet met de kans om mat te zetten als je tegenstander het niet ziet; of voor de zet die een toren wint als je goed doordenkt? Voor de antwoorden, zie onderaan.

Met de nabespreking, door met iedereen langs de borden te gaan, was het uur alweer voorbij! Een compliment aan de leerlingen, om hun serieuze houding en inzet, en aan de leerkracht en de Huizermaat, die op deze manier uitstekend bezig zijn schaken ook op het Voortgezet Onderwijs in te zetten, als middel om leerlingen uit te dagen en aan het denken te houden!


Antwoorden
9 Dubbele aanval
A) 1.Tb1 is te passief
B) 1.Le4 is niet het sterkst, wit dreigt wel Td8 mat, maar zwart kan eenvoudig verdedigen met Tc8.
C) 1.Td8+ wint een stuk na Kh7 2.Le4+

10 Randpioneindspel
A) 1.Kc6 wint! De zwarte koning moet afgehouden worden: 1…Kd8 2.Kb7
B) 1.Kc5 leidt tot remise, de zwarte koning is op tijd in /bij de hoek
C) 1.a4 leidt tot remise, de zwarte koning is op tijd in de hoek

11 Dubbele aanval
A) 1.Txb7! wint materiaal, na 1…Txb7 volgt 2.Pd8+.
B) 1.Ta6 staat Pc5+ toe, zwart wint.
C) 1.Kf3 is niet nodig, zie A)

12 Verzwakking maken
A) 1.a4 speelt aan de verkeerde kant van het bord
B) 1.Dg5 – dameruil aanbieden – is niet verstandig, wit kan de zwarte koningsstelling verzwakken:
C) 1.f6 is een bijzonder sterke zet, de zwarte stukken kunnen niet helpen bij de verdediging.

13 Promotie
A) c8D is pat
B) c8 L wint, na Lh2 volgt Pd7 en mat met Lb7 op de volgende zet.
C) c8 P kan je niet meer winnen na Lh2.

14 Aftrekaanval
A) 1…Ld7 is een vrij zinloze zet.
B) 1…Dh4 dreigt mat in één maar na 2.Pf3 of 2.g3 is er niet zoveel aan de hand.
C) 1…Pxd4 wint materiaal, want na 2.Dxd4 volgt Lxh2 met damewinst!